Artikel, Nieuws

Armoede in het Oude Testament

12 januari 2026 - dr. Raymond Hausoul

Armoede is van alle tijden en speelt ook een rol in de context van de Bijbel. Het is zinvol in de Bijbel na te gaan hoe God met armoede omgaat. In dit artikel kijken we naar het Oude Testament.

Armoede in de Thora

In het OT wordt rijkdom regelmatig met de zegen van God verbonden. God belooft dat het volk nooit in armoede terechtkomt als het Hem volgt (Deut.15:4). Stabiliteit en voorspoed zijn de zegeningen van God in het OT. De gebeurtenissen in het leven van Abraham, Job en Salomo getuigen daarvan. Tegelijk erkent het OT dat veel rijkdom tot hebzucht en machtsmisbruik leidt. Volgens het Joodse boek Jezus Sirach waren Abraham, Job en Salomo rijk, omdat ze rechtvaardig voor God leefden en vrijgevig tegenover anderen waren (Sir.31:3-10). In het OT neemt God het op voor de armen, de weduwe, de wees en de vreemdeling.

Rechten van armen en rijken

Gods bevrijding van het arme Israël uit Egypte is het optimale voorbeeld van de wijze waarop rijken met armen mogen omgaan (Deut.24:18). God luistert naar de noodkreet van de hulp- behoevende, zoals in het verhaal van Elisa en het oliekruikje van de arme weduwe blijkt (2Kon.4:1-7; vgl. Ex.22:27). Gelijkwaardigheid  van mensen is voor God een belangrijk principe. In een rechtszaak mag je de rechten van de armen niet bevoordelen (Ex.23:3; Lev.19:15). Je moet hen respectvol eerbiedigen (Ex.23:6).

Dat gebeurt in twee richtingen: je mag hen niet benadelen, maar je mag hen ook niet bevoordelen. Hoe moeilijk deze instructie is, blijkt uit diverse hedendaagse onderzoeken naar de omgang van mensen met elkaar. Zo kregen leerkrachten tijdens een experiment informatie van tevoren over hun nieuwe leerlingen. Die informatie beïnvloedde sterk hun omgang met de nieuwe leerlingen. Een leerling die als ‘minder bekwaam’ gold, kreeg van de leerkracht mindere uitdagingen en lagere cijfers. Wie als ‘zeer goed’ gold, kwam meer aan het woord en kreeg daardoor hogere cijfers. Het bleek nagenoeg onmogelijk te zijn om mensen evenwaardig of neutraal te behandelen. Die neutraliteit zien we terug bij God. Zo geeft God de armen bij het betalen van de losprijs geen korting tegenover de

rijken (Ex.30:15). Een arme is voor God evenveel waard als een rijke. Wel vraagt Hij het volk om geen rente aan een arme te vragen (Ex.22:25; Lev.25:37) en zijn salaris meteen uit te betalen (Deut.24:15).

Armoede in de profetische boeken

De profeten vragen de aandacht van het volk voor het misbruik tegenover de armen. De armen worden gekocht en verkocht, vertrapt en vernederd. Medebewoners roven hun land en goederen weg (Jes.5:8). Jesaja erkent dat God hoog en verheven is en tegelijk bij hen woont die verslagen zijn (Jes.57:15). God ‘woont’ daardoor op twee plaatsen: bij de kleine gebroken mens en op zijn verheven troon. Hij is dichtbij en veraf. Het ware vasten verbindt de profeet kort daarna dan ook met het delen van het brood met wie hongerig is en het zorgen voor de armen (Jes.58:5-10). In Jesaja 61:1-3 beschrijft Jesaja de verlossing van God in termen van een terugkeer uit de gevangenschap en een bevrijding voor de armen, voor wie gebroken van hart is, voor de gevangenen en voor hen zij die treuren. Deze belofte van bevrijding is indrukwekkend. Velen verlangen naar een shalom voor de hele schepping. Dat gegeven is de kern van de Joods-christelijke hoop voor deze bijzondere aarde. Een aarde waar een derde deel van alle mensen in erbarmelijke omstandigheden woont: in sloppenwijken, vervuilde wijken en stinkende kamers. Talrijke kinderen krijgen geen onderwijs en hebben weinig hoop voor de toekomst. In het OT gaat Amos het meest uitvoerig in op dit fenomeen. De profeet schrijft: ‘Ze verkopen de rechtvaardigen voor zilver en de armen voor een paar sandalen. Ze zijn eropuit de zwakken in het stof te laten kruipen, en de machtelozen dringen ze opzij. Die onderdrukking van een medemens uit zich zelfs in seksuele perversies: Een zoon en zijn vader komen bij hetzelfde meisje en maken zo mijn heilige naam te schande’ (Am.2:6b-7).

Armoede in de geschriften

Job is duidelijk over het misbruik dat mensen anderen aandoen: ‘Er zijn mensen die grensstenen verplaatsen, die kudden stelen en ze weiden als de hunne. Ze drijven de ezel van de wezen weg, ze nemen van de weduwe haar os als onderpand. De armen worden van het pad gedrongen, de behoeftigen kruipen bij elkaar’ (Job24:2-4). Het laatste gedeelte van dit vers vertaalt de Willibrordvertaling nog duidelijker met ‘verkrachten het recht van de armen: onderduiken is hun enige kans.’ Job noemt op die wijze het onrecht tussen mensen bij naam. Op dramatische wijze vertolken ook de psalmen de moeilijkheden van de armen. Het helpen van armen geldt als teken van rechtvaardigheid en nederigheid (Ps.112:9; vgl. Ps.25:9; 109:16; Spr.29:7). ‘Wie vrijgevig is, wordt almaar rijker, wie gierig is, wordt arm’ (Spr.11:24), ‘wie aan de armen geeft, lijdt nooit gebrek, wie zijn ogen sluit, wordt door veel vervloekingen getroffen’ (Spr.28:27), ‘wie een verschoppeling bespot, beledigt zijn Schepper’ (Spr.14:31; vgl. 17:5). Wie een leven redt, redt als het ware heel de wereld. De oproep klinkt tot allen om iets voor de ander te betekenen. De armen roepen God om hulp (Ps.34:6; 70:5; 86:1; 109:21-22) en God hoort hun schreeuw (69:33). Wie zijn hand voor de noden van de armen dichthoudt, zal ooit zelf om hulp roepen en geen antwoord ontvangen (Spr.21:13). Het Hebreeuws kent daarbij een waaier aan termen voor de armen. ‘Ānı (76x) duidt op de zwakke, in miserabele omstandigheden levende, hulpeloos lijdende persoon. Het verwijst naar de sociaal-materiële armen die afhankelijk zijn van de steun van anderen (Ex.22:21-27; Lev.19:10; Jes.3:14-15; Hab.3:14). Andere termen voor de armen zijn ’ebyôn (61x), dal (48x), rwš (21x) en miskēn (4x). In de psalmen gaat het hierbij weinig om materiële armoede aan eten of kleding. Het gaat om sociale onderdrukking, ziekte en lichamelijke zwakheid.


Dit artikel is geschreven door Raymond R. Hausoul, eerder verschenen in een StudieBijbel magazine en onderdeel van een langer artikel.

Bijdrage van

dr. Raymond Hausoul
Dr. ing. Raymond R. Hausoul (1979) is oorspronkelijk ingenieur van opleiding en behaalde later zijn doctorsgraad in de religiewetenschappen en theologie (Ph.D.; Leuven, Evangelische Theologische Faculteit, 2017). Hij is predikant in de Evangelische Kerk Kortrijk en veelgevraagd spreker. Als onderzoeker publiceert hij regelmatig over filosofisch-theologische onderwerpen, waarbij hij zich vooral richt op het christelijke spreken over de nieuwe schepping, het koninkrijk van God en de vernieuwing door Gods Geest. Raymond is gehuwd met Belinda.

Blijf geinspireeerd!

Wil jij altijd op de hoogte blijven van interessant StudieBijbel nieuws, inspirerende content en exclusieve aanbiedingen? Meld je dan nu aan voor onze nieuwsbrief!
Aanmelden Nieuwsbrief