De blijvende kracht van psalm 91
Een krachtige Psalm!
Psalm 91 is voor veel mensen door de eeuwen heen een bron van troost en bescherming geweest in tijden van gevaar en onzekerheid. Deze psalm, ook wel de ‘Psalm van Bescherming’ genoemd, biedt woorden van hoop en vertrouwen in Gods bescherming, vooral wanneer we geconfronteerd worden met angstige en bedreigende situaties. Tijdens de wereldoorlogen werd Psalm 91 regelmatig gereciteerd door soldaten. De woorden ‘U zult niet vrezen voor de verschrikking van de nacht’ en ‘Zijn trouw is een schild en pantser’ gaven hen de moed om door te gaan, zelfs midden in de gevaren van het slagveld. Velen droegen zelfs kleine boekjes of amuletten met de tekst van Psalm 91 bij zich, als een talisman tegen het kwaad dat hen omringde.
Recenter, tijdens de Covid-19-pandemie, zagen we opnieuw hoe wereldwijd mensen zich vastklampten aan deze psalm. De belofte ‘Geen onheil zal u treffen, geen plaag zal uw tent naderen’ werd voor velen een krachtig gebed voor bescherming tegen het virus. In sommige ziekenhuizen werd Psalm 91 gedeeld onder het personeel en patiënten, en bijbelteksten lagen bij bedden om troost te bieden in de donkerste uren van ziekte en verlies.
Een persoonlijke herinnering aan de kracht van Psalm 91 stamt uit mijn tijd in Chili. Daar, of mensen nu gelovig waren of niet, vond je in veel huizen wel een verwijzing naar Psalm 91. Dit was vaak in de vorm van een afbeelding bij de ingang van het huis, of als een porseleinen voorwerp in de vorm van een opengeslagen boek waarop een deel van Psalm 91 stond. Het was niet ongebruikelijk om een bij Psalm 91 opengeslagen Bijbel te zien op een nachtkastje in een slaapkamer of naast een ziekenhuisbed. Soms werd Psalm 91 zelfs gelezen aan het begin van een vergadering of voor het slapengaan.¹
Misschien herkennen we uit ons eigen leven ook wel dat in moeilijke tijden bepaalde woorden van God, misschien wel uit Psalm 91, ons hebben getroost en bemoedigd.
In deze korte serie van artikelen wil ik wat inzoomen op de rol die Psalm 91 speelt, in situaties van geestelijke strijd, waarin mensen geconfronteerd worden met demonische aanvallen of nachtmerries. Het blijkt dat Psalm 91 met regelmaat gebruikt is als amulet ter bescherming tegen kwade machten. Hoe verklaren we dat? Heeft dit magische gebruik misschien te maken met de inhoud van de psalm of met de context waarin de Psalm ontstaan is?
De Psalm zelf
Voordat we verder gaan is het goed om de Psalm eerst te lezen (in NBV21).
¹ Wie in de beschutting van de Allerhoogste woont en overnacht in de schaduw van de Ontzagwekkende, ² zegt tegen de HEER: ‘Mijn toevlucht, mijn vesting, mijn God, op U vertrouw ik.’ ³ Hij bevrijdt je uit het net van de vogelvanger en redt je van de dodelijke pest, ⁴ Hij zal je beschermen met zijn vleugels, onder zijn wieken vind je een toevlucht, zijn trouw is een schild en pantser. ⁵ De verschrikking van de nacht hoef je niet te vrezen, ook de pijl niet die overdag op je afvliegt, ⁶ noch de pest die rondwaart in het donker, noch de plaag die toeslaat midden op de dag. ⁷ Al vallen er duizend aan je linkerzijde en tienduizend aan je rechterhand, jou zal niets overkomen. ⁸ Open je ogen en zie hoe wie kwaad doen worden gestraft. ⁹ U bent mijn toevlucht, HEER. Als je mag wonen bij de Allerhoogste, ¹⁰ zal het kwaad je niet bereiken, geen plaag je tent ooit treffen. ¹¹ Zijn engelen geeft Hij opdracht over je te waken waar je ook gaat. ¹² Op hun handen zullen zij je dragen, je zult je voet niet stoten aan een steen. ¹³ Leeuw en adder zul je vertrappen, roofdier en slang vermorzelen. ¹⁴ ‘Ik zal bevrijden wie Mij liefheeft en beschermen wie met mijn naam vertrouwd is. ¹⁵ Wie Mij aanroept, geef Ik antwoord, in de nood zal Ik bij hem zijn. Ik zal hem bevrijden en met roem overladen, ¹⁶ hem overvloed van dagen geven. Ik zal zijn redding zijn.’
Een paar dingen vallen op: de verzen 1 en 2 vormen een soort inleiding en beschrijven de bescherming die bij de HERE te vinden is. In de verzen 3-8 ontvangt de persoon die tot God zijn of haar toevlucht neemt, een serie krachtige beloften van bescherming. Het begin van vers 9 is vermoedelijk een belijdenis, een uitspraak van vertrouwen die door de persoon in nood is gedaan.² Dan volgende in de verzen erna opnieuw een serie beloften van bescherming. In deze beloften wordt het perspectief gericht naar de toekomst. De persoon in nood mag terug zijn dagelijkse leven in, gedragen door de bescherming van engelen. In de slotverzen 14-16 spreekt de HERE zelf, de eerder gedane beloften worden bevestigd, en nieuwe beloften van bescherming en uitredding worden gegeven.³
De tekst van Psalm 91 als bescherming tegen demonen
Wie Psalm 91 bestudeert, stuit op het intrigerende feit dat aan de tekst van de psalm beschermende kracht werd toegeschreven. Men geloofde dat het enkel bij zich dragen van de tekst of deze in huis ophangen, een soort amulet, als bescherming kon dienen tegen kwade machten. Door zo’n voorwerp in huis te hebben of te dragen wist men zich veilig. Het is bekend uit de joodse traditie dat aan bepaalde teksten uit het boek Psalmen en uit de Thora bijzondere kracht werd toegeschreven om mensen te beschermen tegen demonische dreiging en kwaad.⁴ Een interessant voorbeeld hiervan is te zien in afbeelding 1, waar een kopie van een joodse amulet wordt getoond die verschillende verzen uit Psalm 91 bevat. Op de voorkant van de amulet kunnen we het Shema lezen (Deut. 6:4-7), verweven met Psalm 91:1.
Na het laatste vers van het Shema volgt Spreuken 18:10: ‘De naam van de Heer is een sterke toren; de rechtvaardige rent erheen en is veilig.’ De combinatie van deze Bijbelteksten was waarschijnlijk bedoeld om reizigers te beschermen tegen allerlei gevaren. Een andere interessante verwijzing naar Psalm 91 vinden we op de zogenoemde Joodse ‘magische schalen’ uit de 6e tot 8e eeuw na Christus. Deze schalen, ook wel bekend als ‘Babylonische demonenschalen’, zijn ontdekt op verschillende locaties in het huidige Irak en Iran. De binnenkant van deze schalen is voorzien van een inscriptie in een Aramees dialect, die in een spiraalvorm loopt van de rand van de schaal naar het midden (zie afb. 2). Soms zijn er ook afbeeldingen op de schaal aangebracht. De schalen dienden om de bewoners van een huis en hun bezittingen te beschermen tegen demonische invloeden. De schalen werden omgekeerd, met de binnenkant naar beneden, begraven in de hoeken van kamers en onder de drempels van huizen, omdat men geloofde dat demonen juist op die plekken het huis konden binnendringen. Daarnaast werden ze ook in tuinen en op begraafplaatsen geplaatst, waar men dacht dat geesten en demonen in groten getale aanwezig waren. De spiraalvormige tekst zou, zodra de demon was gevangen, zijn macht ontnemen en hem onschadelijk maken.⁵
Een derde voorbeeld van een Joodse bezweringstekst komt uit Egypte. De fragmenten hiervan zijn gevonden in de geniza, of opslagruimte, van de Ben Ezrasynagoge in Oud-Caïro. De teksten zijn geschreven in verschillende talen, met name Hebreeuws, Arabisch en Aramees. Onder deze teksten werd een amulet gevonden waarin Psalm 91 een zeer belangrijke rol speelt. Hoewel de amuletten TS K1.18 en 1.30 op verschillende stukken papier zijn geschreven, horen ze duidelijk bij elkaar. Het Joodse bevallingsamulet was bedoeld om de draagster (of gebruiker) te beschermen tegen alle kwalen en complicaties. Afbeelding 2: Aramese magische schaal van terracotta uit 6e eeuw AD. Op de amulet wordt de naam van de vrouw genoemd: Ḥabibah bint Zurah. Het is mogelijk dat het amulet werd gedragen als een soort ketting of dat het amulet zich bevond nabij de plek waar zij haar kind zou baren. In de eerste kolom wordt het doel van de amulet verklaard, namelijk: ‘om alle soorten demonen en demonessen, lilis en liliths, kwade ziekten, schadelijke mannelijke en vrouwelijke geesten, en kwade geesten, mannelijk en vrouwelijk … te verdrijven, zodat zij gezond en beschermd blijft tegen elk kwaad, voor alle tijden’. Tussen de regels van de bezwering in de eerste kolom vinden we een verwijzing naar Psalm 91 (zie afbeelding 3). De psalm wordt geciteerd volgens de principes van ‘notarikon’. Dit woord is ontleend aan het Grieks (νοταρικόν) en verwijst naar een Talmoedische en Kabbalistische methode waarbij naar een woord wordt verwezen door alleen de beginletter ervan te gebruiken. Op het amulet zijn de beginletters van Psalm 91 te lezen. Van rechts naar links: Yod – Beth – ʿAyin, die staan voor de beginletters, yōsēb besēter elyôn – wie woont in de beschutting van de Allerhoogste. Voorafgaande aan deze verkorte verwijzing naar Psalm 91, vinden we een instructie om voor de vrouw te bidden ‘in de naam van Šadday Ṣebāʾôt ’ Adonay en in de kracht van de heilige combinatie (van de letters)’. De verwijzing naar de verkorte versie van Psalm 91 moet extra bescherming tegen demonisch gevaar geven aan de persoon die de psalm reciteert.
Psalm 91 en demonen
Bovenstaande voorbeelden illustreren hoe Psalm 91 soms is gebruikt in magische teksten of contexten. De toepassing van deze psalm als bescherming tegen kwade machten heeft oudere wortels. Al in de vroege Joodse geschiedenis, in de vertaling van Psalm 91 door de Septuagint, vinden we een verwijzing naar een demonische interpretatie van de psalm. De frase uit Psalm 91:6b: je hoeft niet te vrezen ‘voor de plaag die toeslaat midden op de dag’ wordt door de Septuagint vertaald als: ‘apò sumptōmatos kaì daimóniou mesembrinōū’ ‘voor onheil en de demon van het middaguur’. De vertalers hebben in de term yāšūd een verwijzing gezien naar demonen.⁶ In Grot 11 van Qumran werd een klein manuscript ontdekt, dat het label 11QApocrPs heeft gekregen. Dit manuscript bevat drie apocriefe psalmen of gedichten uit de eerste eeuw na Christus, toegeschreven aan David. De Davidische geschriften bevatten bezweringsformules tegen demonen, de šēdīm, waarbij rechtstreeks de naam van God wordt aangeroepen en de demonen worden ondervraagd. De drie bezweringspsalmen worden gevolgd door een eigen versie van Psalm 91.⁷ De psalm is volledig in de tekst geïntegreerd en omgeven door liturgische uitroepen zoals ‘Amen’ en ‘Sela’. Hiermee is Psalm 91 opnieuw verbonden met bescherming tegen demonisch kwaad.
Als in het na-exilische Jodendom het Hebreeuws gaandeweg zijn betekenis als volkstaal verliest en vervangen wordt door het Aramees, ontstaat de Targum, als poging om de Hebreeuwse tekst over te zetten in de taal van die tijd. De Targum van de Psalmen biedt een geparafraseerde weergave van Psalm 91, waarin demonen expliciet worden genoemd. De verzen 5 en 6 luiden als volgt: ‘Wees niet bang voor de schrik van demonen die ’s nachts rondgaan, voor de pijl van de engel des doods die hij overdag loslaat; voor de dood die in het donker rondwaart, voor de groep demonen die ’s middags aanvalt.’
In het Nieuwe Testament komen we Psalm 91 tegen in de verzoeking van Jezus door satan in de woestijn (Mat.4:1-11; Luc.4:1-13). Daar horen we satan zeggen: ‘Als U de zoon van God bent, spring dan naar beneden. Want er staat geschreven: ‘Zijn engelen zal Hij opdracht geven om U op handen te dragen, zodat U uw voet niet zult stoten aan een steen’. Satan combineert hier vers 11 en 12, maar laat de frase ‘om over je te waken waar je ook gaat’ weg. Dat is heel listig. Uit bovenstaande blijkt dat Psalm 91 in verschillende contexten in verband is gebracht met de dreiging van demonen.
Soms werd aan de tekst zelf magische en beschermende kracht toegekend. Dit magische gebruik is niet in lijn met de Bijbelse boodschap. Het is immers niet een tekst die bescherming biedt, maar de Here zelf, over wie het in de tekst gaat. Wie tot Hem de toevlucht neemt, mag schuilen onder de schaduw van zijn vleugels en is daar veilig. Toch roept dit alles de vraag op waar de verbinding tussen Psalm 91 en demonen vandaan komt? Hier gaan we de volgende keer verder op in.
Voetnoten
1. Zie ook P.J. Ruth, Psalm 91. Real-life stories of God’s Shield of Protection, Lake Mary 2010. Naast bespreking van de afzonderlijke verzen van Psalm 91, deelt Ruth in dit boek verhalen en getuigenissen van mensen die in uiteenlopende situaties – van oorlog en natuurrampen tot persoonlijke crises – bescherming en redding hebben ervaren, waarin Psalm 91 een belangrijke rol speelde.
2. Zie voor bespreking van structuur: G.C. Vreugdenhil, Psalm 91 and Demonic Menace, OTS 77, Leiden 2020, 143-174.
3. Zie ook Psalm 91 in de Studiebijbel, https://online.studiebijbel.nl.
4. J. Trachtenberg, Jewish Magic and Superstition, Philadelphia 1961, 112.
5. J. Naveh, S. Shaked, Amulets and Magic Bowls: Aramaic Incantations from Late Antiquity, Jerusalem/Leiden 1985, 184-187 en 237-238.
6. Zie voor gedetailleerde bespreking: M.E. Tate, Psalms 51-100 (WBC 20), Texas 1990, 446-459; verder ook G.J. Riley, ‘Midday Demon’, in: Dictionary of Deities and Demons in the Bible, K. van der Toorn, B. Becking en P.W. van der Horst (eds.), Leiden 1992, 572-573.
7. Zie Fl. García Martínez, The Dead Sea Scrolls Translated: The Qumran Texts in English, Leiden 1996, 2e druk, 377.
Dit artikel verscheen eerder in het Revista Biblia de Estudio





